| Het project Bollen en Bodem richt zich zowel op de biologische als gangbare bollenteelt. Beide hebben onder meer te maken met uitspoeling van vooral stikstof. De noodzaak om in het vroege voorjaar voldoende voedingsstoffen te hebben geeft vaak veel uitspoeling in de rest van het jaar. Daarnaast zal het oppakken van een aantal knelpunten in de biologische teelt bijdragen aan de verdere verduurzaming van de gangbare teelt. Toepassing van in de biologische teelt ontwikkelde kennis rond ziekten en plagen vermindert tevens de emissie van gewasbeschermingsmiddelen. De centrale doelstelling van dit project is: Beperking van de emissie van nutriënten door keuze van de juiste meststof en de juiste bodemverzorgende maatregelen, zoals groenbemesters en compost. | Agenda
September 2008: Studiebijeenkomst; hoe beoordeel en behandel ik de bodem voor bollenteelt op zandgrond. Nader bericht volgt.
Voor vragen rond de agenda kunt u contact opnemen met Yorick van Leeuwen tel. 0228-563164 email YorickvanLeeuwen@proeftuinzwaagdijk.nl of Jan Bokhorst tel 0610919082 email J.Bokhorst@louisbolk.nl |
Het project omvat experimenten en studiebijeenkomsten. De experimenten omvatten onderzoek naar:
1. Aanwending van stikstof bij vroege biologische teelten
2. Uitspoelingsbeperking van stikstof en structuurverbetering via groenbemesters
3 Compost, mulch en onkruidonderdrukking
Onderstaand treft u een nadere beschrijving van de experimenten aan en een kort overzicht over de studiebijeenkomsten
1. Aanwending van stikstof bij vroege biologische teelten
Bij de teelt van voorjaarsbloeiende bloembolgewassen is er een behoefte aan stikstof in een, qua omstandigheden, vroege ongunstige periode. De grootste opname van stikstof vindt plaats in de maanden april en mei. De bodemtemperatuur is in deze maanden nog erg laag alsmede de bodemactiviteit welke voldoende stikstof vrij kan maken voor de teelt. Bij het gebruik van plantaardige compost en dierlijke mest liggen hier knelpunten om voldoende stikstof in deze periode vrij te laten komen. Vergeleken worden Protomylasse, Condit en verenmeel. De proef wordt uitgevoerd in 2007 en 2008.
Resultaten in 2007:
| Behandeling | Totaal gewicht (g per m2) | Gemiddeld bolgewicht (g) |
| Onbehandeld | 1820 a | 24 a |
| Protomylasse (116 kg N/ha) | 2155 b | 30 bc |
| Protomylasse + Condit (58 + 20 kg N per ha) | 2158 b | 27 ab |
| Condit ) 40 kg N per ha) | 2203 b | 31 c |
| Verenmeel (150 kg N per ha) | 1908 a | 26 a |
Opvallend is dat verenmeel met 150 kg N per ha toch geen significant effect heeft op opbrengst of bolgewicht. Protomylasse en Condit hebben wel een significant effect. De proef wordt in 2008 herhaald.
2. Uitspoelingsbeperking van stikstof en structuurverbetering via groenbemesters
Het uitspoelen van stikstof in de landbouw dient zoveel mogelijk beperkt te worden met het oog op de milieueffecten. In hoeverre kan de inzet van groenbemesters de uitspoeling van stikstof beperken? In de gangbare landbouw is het gebruik van groenbemesters als vanggewas relatief onbekend. Daarnaast kunnen groenbemesters bij de inzet van een vlinderbloemige, zorgen voor omzetting van stikstof uit de lucht, naar een voor de plant opneembare vorm.
Na de oogst van de tulpen volgt een periode met veel stikstofvrijmaking uit de grond en kans op grote verliezen. Met een geschikte groenbemester kan dit voorkomen worden en kan een positieve bijdrage aan de bodemkwaliteit geleverd worden. Probleem is dat groenbemesters die de bodemkwaliteit goed verzorgen een trage beginontwikkeling hebben en daardoor onkruid een kans geven. Een mengsel van een snelle begingroeier die na enig tijd gemaaid wordt en een bodemverzorger die na maaien van de begingroeier een kans krijgt lijkt de oplossing.
Granen en grassen zijn bodemverzorgers die een trage begingroei hebben. Andere groenbemesters zoals bladrammenas en gele mosterd bedekken de grond snel en geven onkruiden weinig kans. Bij het experiment op het bedrijf van Hermus in de Wieringermeer wordt onderzocht of mengsels van groenbemesters mogelijk de voordelen van beide kunnen combineren. De proef loopt nog en de beperking van de stikstofuitspoeling en de invloed op de bodemstructuur worden de komende tijd onderzocht. Een eerste inventarisatie geeft wel aan dat er perspectief zit in het toepassen van mengsels.
Proef met groenbemesters
Veldbijeenkomst groenbemestersproef
(2).jpg)
Bladramenas (Colonel) Bladramenas met italiaans raaigras (Sultan)
Haver Haver met wikke
3. Compost, mulch en onkruidonderdrukking
Op het moment wordt in de biologische teelt over het algemeen stro als onkruidonderdrukker gebruikt. Stro geeft evenwel veel opslag (vervuiling) en is ook duur. In de biologische uienteelt wordt nu met compost gewerkt als onkruidonderdrukker. In Duitsland wordt veel gewerkt met onkruidonderdrukkende mulchcomposten. Compost heeft daarnaast ook een nutriëntenaspect; van compost is ook direct tijdens de teelt en in vervolgjaren een gunstige invloed op de groei te verwachten.
Gekozen is voor de volgende varianten:
-onbehandeld
-stro
-groencompost 2 cm dik
-groencompost 4 cm dik
-EB Weedcontrol 4 cm dik
-Biocel compost 4 cm dik
De resultaten van het onderzoek naar de bodem onder de mulchlaag van de proef in 2007 zijn de volgende:
De bodem van het proefveld had een vrij slechte bodemstructuur. Door het aanbrengen van een mulchlaag bleken de regenwormen sterk gestimuleerd te worden, brachten compost de grond in en verbeterden hierbij de bodemstructuur. De dikte van de laag met een gunstig poriënvolume nam sterk toe:
Bodemweerstand op 10 cm diepte (MPa)
Behandeling Dikte laag met goede bodemstructuur (cm) Totaal aantal onkruiden per 2 m2 Onbehandeld 2,7 0,68 98 Stro 5,0 0,53 40 Groencompost 2 cm dik 7,2 0,50 72 Groencompost 4 cm dik 9,2 0,43 37 EB weedcontrol 11,0 0,43 106 Biocel compost 10,0 0,30 34
Compost heeft een veel gunstiger effect op de bodemstructuur dan stro.
Wat betreft onkruiddruk is 4 cm groencompost vergelijkbaar met stro. 2 cm compost werkt duidelijk minder goed. Ook biocelcompost heeft eenzelfde werking als stro. EB-weedcontrol geeft meer onkruid dan onbehandeld omdat deze mulch zelf veel onkruiden bevatte.
De proef wordt in 2008 herhaald. De eerste ervaringen duiden er op dat bij een grond met een slechte bodemstructuur het gebruik van compost als onkruidonderdrukker perspectief biedt. De resultaten van de proef in 2008 worden nu uitgewerkt, maar de eerste resultaten geevn eenzelfde beeld als in 2007.
De mulchlaag is aan de oppervlakte aangebracht. Regenwormen (in dit geval aporrectodea caliginosa, zie links op de foto) werken de compost naar beneden en verbeteren soms tot 20 cm diepte de bodemstructuur.
Studiebijeenkomsten 2008
6 mei: veldbijeenkomst proefvelden in de Wieringermeer. Hier liggen de proeven met verschillende soorten bodembedekking, hulpmeststoffen en toepassing van compost op boldiepte. Het meest opvallend was de veel beter groei op de velden met compost als mulch in vergelijking mat stro en geen bedekking. Evenals in 2007 werd de compost door de regenwormen weer de grond ingetrokken tot ook weer ca 20 cm diepte. Het groeiverschil houdt hier waarschijnlijk verband mee, maar ook met andere factoren zoals temperatuur. Op het moment worden opbrengstbepalingen uitgevoerd en boleigenschappen vastgesteld.
![]() |
Foto rechts : links geen bedekking; rechts compost als bedekking.
29 mei: Hoe beoordeel ik huurland voor de bollenteelt bij grasland. Studiebijeenkomst Drechterland.
Met telers die vooral grasland als huurland voor bollen hebben werden de principes van de beoordeling van grasland voor bollen besproken en ervaringen uitgewisseld. De resultatetn verschijnen binnenkort in een speciale brochure over bodembeoordekling huurland. Verschillende bodems werden beoordeeld, waaronder een zeer matig perceel met sterk verdichte grond en nniet ideaal voor de geplande tulpenteelt.
| |
4 juni Open dag tulp te Zwaagdijk
Bijna 400 telers maakten kennis met de bodemkundige kanten van de bollenteelt en zagen de zeer fraaie bodem, waar de tulpen tot ca 40 cm diep wortelen. Vaak eindigt de beworteling op ca 30 cm diepte.
19 juni: Hoe beoordeel ik huurland voor bollen in de akkerbouw
Aan de Zeugweg in de Wieringermeer werden de principes van de beoordeling van akkerbouwpercelen behandeld en ervaringen uitgewisseld.
Ook hier werd duidelijk hoe belangrijk het is om een kuil te graven. De rvuchtwisseling op het bedrijf bestond voornamelijk uit aardappelen, tarwe en suikerbieten. Het organische stofgehalte was 1,5% en om onder deze omstandigheden een goed doorwortelbare bodem te onderhouden is niet makkelijk, maar op dit perceel is zeer zorgvuldig gewerkt en er werd een zee mooie bodem aangetroffen.
Foto rechts: Een laag organische stofgehalte, een vruchtwisseling die de bodem niet verzorgt en toch een mooie bodemstructuur met een goede doorworteling. Met een zorgvuldige bodembewerking is al veel te bereiken.
Het project Bollen en Bodem wordt in een samenwerking van Proeftuin Zwaagdijk en het Louis Bolk Instituut uitgevoerd.
Voor vragen kunt u contact opnemen met Yorick van Leeuwen tel. 0228-563164 YorickvanLeeuwen@proeftuinzwaagdijk.nl en Jan Bokhorst tel 0610919082 J.Bokhorst@louisbolk.nl
Verwante onderwerpen
Agenda
Een eendaagse cursus gegeven door Eijkelkamp te Giessen. Meer..>>
Actueel
Zie ook Archief Actueel