Home > Bodemkennis > - Bodemonderhoud > Bodem & bemesting > Mestbehandeling > Compostering >

CMC compostering

CMC compostering

De bekendste intensieve methode is de Controlled Microbial Composting (CMC) methode. Dit is een beschermde merknaam; gebaseerd op het werk van E. Pfeiffer. Gebruik van speciale preparaten is een onderdeel van de methode. Varianten van deze methode worden ook veel toegepast maar dragen dan niet de naam CMC.
Bij de intensieve methode wordt door vaak om te zetten het proces naar de zuurstofrijke kant getrokken. Hierdoor is de compost in 6 a 10 weken klaar.

Uitgangsmaterialen worden gesplitst in C-rijk en N-rijk, en vervolgens gemengd om een ruime C/N-verhouding (ca. 30:1) te krijgen. Het mengsel wordt opgezet in hopen van maximaal 3 meter breed en 1,5 meter hoog (minimale afmetingen: 1,2 x 0,8). De nadruk ligt op het luchtig opzetten.

Na het opzetten wordt een starter (bacteriepreparaat) toegevoegd. Rijpe compost is ook mogelijk. De hoop wordt afgedekt met een compostdoek.
Omzetten gebeurt vaak: 1e week iedere dag, 2e week om de dag, 3e week om de drie dagen. Daarna om de week, totdat na 6 tot 10 weken de compost klaar is.

Het proces wordt gecontroleerd en zo nodig bijgestuurd. Belangrijk hierbij zijn:

Vochtigheid.

Het vochtgehalte moet tussen de 55 en 60% zijn; dit kan met de hand worden beoordeeld. Te vochtig moet voorkomen worden, als de hoop te droog is kan er tijdens het omzetten extra water gegeven worden.

Temperatuur.

CMC is een methode die tot hoge temperaturen gaat: namelijk tot 65°C. In de eerste twee weken moet de temperatuur dagelijks gemeten worden, door een thermometer boven in de hoop te steken. Bij temperaturen boven de 70°C moet er onmiddellijk omgezet worden.

CO2-gehalte.

Dit moet onder de 2,5 % blijven; hogere gehaltes zijn een aanwijzing voor anaërobe condities. Ook hier wordt als bijstuurmaatregel de hoop omgezet. Het CO2-gehalte wordt met een speciale meetstok onder in de hoop gemeten.

Micro-farming

De CMC methode is een onderdeel van het Micro-farming systeem van Compara. Dit systeem richt zich op de voedselketen in de grond. Er wordt van uitgegaan dat sommige gewassen zoals fruit, boomkwekerijgewassen en sommige bloemisterijgewassen zoals rozen, een schimmeldominante grond nodig hebben. Andere gewassen, zoals de blad, bol- en knolgewassen prefereren een bacterie dominante grond. om de grond in de gewenste richting te kunnen sturen wordt eerst het voedselweb in de bodem geanalyseerd. Dit gebeurt op het laboratorium. Belangrijke criteria zijn: totale bacterie- en schimmelbiomassa, protozoa dichtheid en in bacterie, schimmel, wortel en roofaaltjes onderverdeelde nematoden populaties. Op grond van deze resultaten kan de gewenste compost gekozen worden. Door bijmenging van meer houtachtig materiaal of meer dierlijke mest kan bijvoorbeeld een meer schimmeldominante resp. bacteriedominante compost worden bereid die ingezet wordt om het bodemleven in de gewenset richting te sturen. In de V.S wordt deze methode reeds geruime tijd toegepast. In Nederland zijn er ook bedrijven die er mee werken, maar de resultaten op deze bedrijven zijn nog niet gedocumenteerd.

Bron: M & K

©bodemacademie 2013 | Disclaimer | Colofon | Sitemap

Bodemacademie partners