Composteertechniek
Composteren kan plaats vinden op een landbouwbedrijf en op een gespecialiseerd composteringsbedrijf. Een belangrijk verschil is dat er op het gebied van technische voorzieningen op een composteringsbedrijf meer mogelijkheden zijn. Het gebruik van speciale omzetmachines, geforceerde beluchting en biofilters vergt investeringen die op een landbouwbedrijf in het algemeen niet tot de mogelijkheden behoren. Toch worden deze hulpmiddelen, soms in eenvoudige vorm, ook wel op landbouwbedrijven toegepast. Verder is het zonder al deze hulpmiddelen zonder meer mogelijk om goede compost te maken. Waar en onder welke omstandigheden ook gecomposteerd wordt, een aantal basisprincipes gelden overal..
Bron: M & K
Rillen
Kenmerkend voor deze wijze van compostering dat met rillen of ruggen wordt gewerkt . In een periode van ca 6 weken wordt het materiaal meerdere malen omgezet. De frequentie van omzetten wordt vaak bepaald door het koolzuurgehalte van de lucht in de hoop of door de temperatuur. Vaak worden speciale (bacterie)preparaten toegevoegd. Meestal worst een mengsel van dierlijke mest en plantaardig structuurvormende materiaal gebruikt. Soms wordt ook puur dierlijke mest gebruikt. Dit geeft dan een mooie 'korte" mest met gestabiliseerde organische stof. De verliezen bij alleen mest composteren zijn zeer hoog. dat 60% van de stikstofverloren gaat is mogelijk. De verliezen bestaan ook voor een groot deel uit ammoniak en lachgas. Beide zijn uit milieuoogpunt schadelijk. Deze te meer koolstofrijk plantaardig materiaal wordt toegevoegd des te geringer zijn de verliezen.
Bron: M & K
Homogeniteit
Om te voorkomen dat er natte en droge, zuurstofarme en zuurstofrijke enz. plekken ontstaan is het belangrijk dat de uitgangsmaterialen zo goed mogelijk gemengd worden tijdens het opzetten. Indien er water toegevoegd moet worden, kan dat het beste tijdens het mengen. Soms worden verschillende materialen in afwisselende, dunne lagen aangebracht.
Bron: M & K
Structuur
Een composthoop zonder geforceerde beluchting moet structuur hebben, zodat er lucht van binnen de hoop uitgewisseld kan worden met de buitenlucht. Goede structuurbrengers zijn bijvoorbeeld tarwestro en houtig groenafaval. Ook erwten- of koolzaadstro is bruikbaar. Andere structuurbrengers zijn bijvoorbeeld riet en heidestrooisel, snoeiafval e.d.
Vers stro geeft meer structuur dan stro dat al in de stal gebruikt is. Samen met watergehalte en manier van opzetten kan de structuur gebruikt worden als temperatuurregeling. Meer structuur, geeft meer zuurstof, geeft een hogere temperatuur. Zo is er onderzoek bekend waarbij gehakseld stro (<8 cm) gedeeltelijk werd vervangen door gemalen stro (<0.5 cm) in combinatie met dierlijke mest. Behalve een betere beschikbaarheid van de koolstof werd bij meer gemalen stro minder N verloren door de lagere temperatuur. Bij teveel gemalen stro traden echter anaërobe condities op, waardoor er nitraat denitrificeerde. Behalve verlies aan N geeft dit ook stank.
Bron: M & K
Verteerbaarheid
Houtige, biologisch moeilijk afbreekbare stoffen (takken, spruitstronken enz.) moeten voor het composteren verkleind worden, om een zo groot mogelijk aangrijpingsoppervlak voor het afbraakproces te krijgen. Anders worden deze buitengesloten van het composteren
Bron: M & K
Beluchting
Centraal bij iedere aërobe compostering staat de vraag op welke wijze voldoende lucht in de hoop te krijgen. De keuze van de uitgangsmaterialen, de grootte van de hoop, het vochtgehalte, de wijze van en intensiteit van omzetten en het toepassen van geforceerde beluchting zijn maatregelen die de luchttoetreding sturen.
Met name in de groenafval verwerkende bedrijven komt het gebruik van geforceerde beluchting vaak voor. Omzetten is hierbij dan beperkt nodig. Als de lucht door de bodem weggezogen wordt, kunnen de hopen niet hoger gemaakt worden dan 2.5 tot 3 meter, teneinde een uniforme doorluchting te krijgen. Soms wordt de hoop afgedekt met een warmteisolerende laag, zoals rijpe compost om een evenredige temperatuurverdeling te krijgen. Door het wegzuigen van lucht wordt het mogelijk de lucht te reinigen met een ammoniakwasser of biofilter. Ammoniak en geur kunnen zo worden opgevangen.
Een andere manier is van onderaf lucht in de hoop blazen. Nadelen hiervan zijn dat de onderste laag uitdroogt en afkoelt. Een variatie is een systeem waarbij afwisselend geblazen en gezogen wordt
Bron: M & K
Omzetten
omzetten heeft tot gevolg dat makkelijk afbreekbaar materiaal dat ten gevolgen van inzakken niet goed beschikbaar was weer met lucht in contact kan komen en verder omgezet wordt. Dit geldt zowel voor composten die mede beried zijn uit dierlijk materiaal als voor composten die uit puur plantaardig materiaal bestaan. Vooral bij dierlijke mestcompost betekent omzetten ook dat de convectiestroming sneller wordt. Homogenisering speelt altijd een rol bij omzetten. De hoeveelheid lucht die op het moment van omzetten in de hoop komt speelt nooit een rol van betekenis.
Bron: M & K
Compostomzetters
Belangrijke eigenschappen van compostomzetters zijn:
Asdiameter: lang, nog niet verteerd stro en verdwaalde strotouwtjes kunnen zich om een as wikkelen. Dit probleem is groter naarmate de asdiameter kleiner is; daarom bij voorkeur een asdiameter van meer dan 50 cm.
Schoepvorm: de schoep moet zodanig gevormd zijn dat de mest van de zijkanten naar binnen gewerkt wordt.
Afhankelijk van de asdiameter heeft de as doorgaands een toerental van 150-600 omwentelingen. Met de combinatie rijsnelheid, omzettertoerental en eventueel hoogte-instelling kan wat gevarieerd worden in de mate van omzetten.
Specifieke aandachtspunten voor zelfrijdende omzetters zijn dat de aandrijfwielen of rupsbanden aan de achterkant zitten, en dat de omzetas in hoogte verstelbaar is (bijvoorbeeld via hydraulisch in hoogte beweegbare voorwielen). Dit is van belang voor de mogelijkheid om bij het omzetten in stand te kunnen variëren en voor transport over de weg.
Bij getrokken mestomzetters (doorgaands hangen deze in de hef, en hebben een steunwiel) moet de trekker een kruipstand hebben. Bij de eerste keer omzetten kan de maximaal te rijden snelheid ca. 500 m/uur zijn. De omzetter heeft de neiging om de trekker scheef te trekken.
Zowel bij het opzetten als bij het omzetten kan er met de omzetmachine water of drijfmest toegevoegd worden
Bron: M & K