Home > Bodemkennis > - Bodemonderhoud > Bodem & bemesting > Bedrijven & instellingen >

Onderzoeksinstellingen

ONDERZOEKSINSTELLINGEN

Bolzmanninstitut für biologischen Landbau
Dipl.-Ing F. Amlinger
Rinnebockstrasse 15
1110 Wien
Oostenrijk

Belangrijk instituut voor compostonderzoek in Oostenrijk



Proefstation voor de Boomkwekerij
Postbus 118
2770 AC Boskoop
Tel. (0172) 236700
Fax (0172) 236710
boskoop@bpo.agro.nl
www.bib.wau.nl/boskoop

Mede vanwege de constante afvoer van organische stof in de boomkwekerij is er op het proefstation in Boskoop veel onderzoek gedaan naar materialen, wel of niet gecomposteerd, die de tekorten weer aan kunnen vullen of als bestanddeel van potgrond kunnen dienen.
Er zijn vestigingen in Boskoop, Horst, Lienden en Noordbroek.

Publicaties zijn beschikbaar over de volgende onderwerpen:
-Stabiliteit van veen en de fysieke veranderingen
-Onderzoek naar de werking van organische meststoffen
-Onderzoek naar de mineralisatie/immobilisatie van Bio-Topproducten
-Kwaliteitsnormen voor GFT-compost
-Gebruikswaarde van bodemverbeterende materialen op zandgrond

In 2000 wordt er gewerkt aan de volgende onderwerpen:
-Kwaliteitsnormen voor compost in relatie tot hun toepassing
-Toepassingsmogelijkheden van biologische meststoffen
-Organische stofmanagement in de vollegrond


CLM, Centrum voor Landbouw en Milieu
Postbus 10015
3505 AA Utrecht
Tel. (030) 2441301
Fax (030) 2441318
clm@clm.nl
www.clm.nl

Onafhankelijke stichting met als doel het bevorderen van duurzame land- en tuinbouw met een verbrede functie. Zowel in het bestuur als in diverse projecten werken boeren en tuinders nauw samen met natuur- en milieubeschermers. Doet ook onderzoek m.b.t. de mestproblematiek.


Forschungsinstitut für biologischen Landbau
Ackerstrasse
CH 5070 Frick
Zwitserland
Tel.++ 41 (0) 62 865 72 72
Fax ++ 41 (0) 62 865 72 73
admin@fibl.ch
www.fibl.ch

De bodemgroep doet in verscheidene projecten onderzoek naar aspecten van bemesting en compostering. Zo worden verschillende mest- en compostsoorten vergeleken, waarbij gekeken wordt naar de verschillen in stikstof leverend vermogen, gewasopbrengsten, algemene bodemvruchtbaarheid en de invloed op bodemgebonden ziekten. Verschillende composteringssystemen zijn vergeleken. Ook wordt er gekeken hoe bemesting goed in te passen is in de vruchtwisseling van een groententeeltbedrijf.
Samen met de universiteit van Kassel is een testsysteem ontwikkeld om ziektewerende eigenschappen van een compost (voor wat betreft Pythium in rode biet) snel te kunnen beoordelen. Deze methode wordt nu in de praktijk toegepast.


Universität Gesamthochschule Kassel Fachgebiet Ökologischer Landbau
Nordbahnhofstr. 1a
D 37213 Witzenhausen
Duitsland
Tel. ++ 49 (0) 5542 981 565
Fax ++ 49 (0) 5542 981 568
www.wiz.uni-kassel.de/foel/

Verschillende afstudeervakken op het gebied van composteren, compostsystemen, toepassen van compost en ziekteonderdrukking door compost.



Habets, A.S.J.
Palenbergstraat 53
6415 RB Heerlen
Tel. (045) 5720173
habets@cuci.nl

Habets ontwikkelt en verkoopt het computersimulatiemodel NDICEA. Bij dit model krijgt de afbraak van stikstofhoudende organische verbindingen veel aandacht. Het vrijkomen van stikstof en de opbouw en afbraak van organische stof bij gebruik van mest en compost kan met dit model gevolgd worden.



The Henry Doubleday Research Association
Ryton Organic gardens
Coventry CV8 3LG
UK
www.hdra.org.uk

Het HDRA houdt zich met verschillende aspecten van compost bezig. Vooral van belang is een meerjarig veldonderzoek waarbij verschillende soorten compost, o.a. GFT ,worden vergeleken met stalmest, kippenmest en drijfmest.


Laboratorium voor Bloembollenonderzoek
Postbus 85
2160 AB Lisse
Tel. (0252) 462121
Fax (0252) 417762
postbox@lbo.agro.nl
www.agro.nl/AppliedResearch/lbo

Organische-stof-voorziening is in de bollenteelt van veel belang . Het LBO heeft diverse activiteiten op het gebied van vaste mest en compost.
Samen met het AB en het LBI wordt gewerkt aan analysemethoden om de stikstoflevering van organische producten beter in te schateen. Met beide instellingen wordt met dynamische simulatiemodellen (NDICEA en MOTOR) de stikstoflevering van organische mest en compost gesimuleerd.


Louis Bolk Instituut
Hoofdstraat 24
3972 LA Driebergen
Tel. (0343) 517814
Fax (0343) 515611
info@louisbolk.nl
www.louisbolk.nl

Vaste mest en compost spelen bij diverse projecten van het Louis Bolk Instituut een rol. In het kader van het project Mest als kans ligt aan de Brandweg te Lelystad op het bedrijf Arenosa een demonstratieveld met 13 mest- en compostsoorten.
Op het proefbedrijf Aver Heino van het PR Lelystad wordt de invloed van drijfmest en vaste mest op grasland gevolgd. Veel aandacht ligt bij de dynamische simulatie van de stikstofvrijmaking uit organische meststoffen met het model NDICEA.


Ir. A. P. Minderhoudhoeve
Elandweg 40
8255 RK Swifterbant
Tel. (0321) 321200
Fax (0321) 321702
joop.overvest@apm.sdw.wau.nl
www.agro.wau.nl/apm

De Minderhoudhoeve is een gemengd bedrijf met onderzoek naar biologische en geïntegreerde landbouw. In grasland ligt een meerjarig onderzoek waarbij verschillende composten van plantaardige en dierlijke herkomst worden vergeleken. Onderzoek wordt ook gedaan naar de invloed van de veevoeding op de mestkwaliteit. Een van de vragen is: hoe krijgt drijfmest vergelijkbare eigenschappen als stalmest?


NMI, Nutrient Management Instituut
Agro Business Park 20
6708 PW Wageningen
Tel. (0317) 479620
Fax (0317) 479621
nmi@nmi-agro.nl
www.nmi-agro.nl

Onafhankelijk onderzoek- en adviesbureau op het gebied van nutriëntenstromen en bemesting. Doet onder andere onderzoek naar de toepassing van GFT-compost en andere organische mest- en reststoffen in de landbouw en ontwikkelt criteria voor de beoordeling van de kwaliteit van meststoffen.
Interessante publicaties zijn onder meer de Praktijkgids Bemesting, het Handboek Meststoffen, de NMI-Knipselkrant en diverse artikelen in het tijdschrift Meststoffen, dat door NMI wordt uitgegeven.

NMI heeft een computerprogramma ontwikkeld waarmee een optimaal meststoffenplan kan worden berekend voor opengrondsteelten. Het programma is bruikbaar voor biologische en gangbare bedrijfssystemen. Na invoer van onder meer:
* de mineralenbehoefte van gewassen;
* de huidige en gewenste bodemtoestand voor P, K en organische stof;
* de benodigde hoeveelheid effectieve organische stof in de vruchtopvolging;
* de prijzen van (organische) meststoffen; en
* wensen en regels met betrekking tot Minas, nitraatrichtlijn, zware metalen, etc.
kan binnen de gekozen randvoorwaarden (landbouwkundig, milieukundig of anders) de optimale toepassing van organische mest en compost worden berekend.


Rheinische Friedrich-Wilhelms-Universität Bonn, Institut für Organischen Landbau
Katzenburgweg 3
D 53115 Bonn
Duitsland
Tel. ++ 49 (0) 228 7356 15/16
Fax ++ 49 (0) 228 7356 17
IOL@Uni-Bonn.de
www.uni-bonn.de/iol/

Doet onder meer onderzoek om het composteringsproces te optimaliseren met het oog op zo min mogelijk verliess, en de invloed van verschillende soorten gecomposteerde mest op bodemeigenschappen als organische stof, microbiele activiteit en beschikbaarheid van voedingsstoffen. Tevens bemestingsproeven op tomaten.


Unité de Physiologie et Ecologie Microbienne
Université Libre de Bruxelles
Drs. Michel Penninckx and Bernard Godden
642 rue Engelan
B-1180 Bruxelles-Brussels
België
Tel. ++ 32 (0) 2 3733301
Fax ++ 32 (0) 2 3733174
upemulb@resulb.ulb.ac.be
www.ulb.ac.be/index_en.html

De ULB doet onderzoek naar biologische bemesting met rundveemest, met name naar het composteringsproces, om rijpheid te kunnen vaststellen. Verder is er veel kennis over bodemvruchtbaarheid in de biologische landbouw.


Wageningen Universiteit Agro-, Milieu- en Systeem Technologie
Sectie Milieutechnologie, Themagroep Vast Afval
Postbus 8129
6700 EV Wageningen
Adrie.Veeken@algemeen.mt.wau.nl
Informatie:
Ir. H.V.M. Hamelers (Bert) tel. (0317) 483447
Dr. A.H.M. Veeken (Adrie) tel. (0317) 483344

Bij de themagroep Vast Afval wordt onderzoek verricht naar de verwerking van vaste afvalstoffen (b.v. GFT-afval, groenafval, afvalhout, zuiveringsslib) en dierlijke mest (varkensmest, kippenmest) waarbij de aandacht vooral uit gaat naar de biologische methoden. De voornaamste onderzoeksgebieden zijn compostering, vergisting en stortplaatsen. Gezocht wordt naar technologische oplossingen met minimale milieuvervuiling en processen die energiezuinig en betaalbaar zijn. Op het gebied van compostering (de aërobe afbraak van organische stof onder min of meer gecontroleerde omstandigheden) wordt gewerkt aan o.a. optimalisatie van het composteringsproces en minimalisatie van geur en ammoniakemissies. Voor compostering van dierlijke mest wordt naar twee routes gekeken: de intensieve en de extensieve aanpak. De intensieve composteringstechnieken maken gebruik van grote beluchtingsdebieten waardoor er grote hoeveelheden ammoniak naar de atmosfeer worden geëmitteerd. De ammoniaverliezen via emissie kunnen tot 75 % van het totale ammoniakgehalte in de mest oplopen. Daarnaast zijn de kosten van deze compostering hoog, 50-100 gulden per ton te verwerken mest. Sinds 1993 wordt aan de sectie Milieutechnologie onderzoek verricht naar een extensieve vorm van composteren. Het extensieve composteren oftewel compostering met natuurlijke beluchting is een methode waarbij de stro-rijke varkensmest (afkomstig van biologische landbouw of mest gescheiden op een strofilter) langzaam wordt afgebroken. Het is echter noodzakelijk dat tijdens het composteren geen milieunadelige emissies plaats vinden van ammoniak en broeikasgassen (methaan en lachgas). De eerste resultaten geven aan dat ammoniakemissies laag zijn, <1% van de totale hoeveelheid stikstof in de mest. Een ander groot voordeel zijn de lage kosten van dit systeem, 5-10 gulden per ton stro-mest. Op dit moment is de sectie Milieutechnologie betrokken bij het project "Demonstratie en ontwikkeling van twee grondgekoppelde biologische varkenshouderijbedrijven" dat vanaf najaar 1999 van start gaat. Dit project wordt geleid door de Stichting Geïntegreerde Landbouw Gemert waarbij de Sectie Milieutechnologie het ontwerp van de composteringsinstallatie voor zijn rekening neemt en de compostering gedurende 1 jaar gaat monitoren.


Wageningen Universiteit
Bodemkunde en Plantenvoeding
Dreijenplein 10
6703 HB Wageningen
tel. 0317 482339
fax 0317 483766
www.benp.wau.nl

Bodemkunde en Plantenvoeding van de Landbouwuniversiteit houdt zich met diverse onderwerpen bezig die voor het gebruik van vaste mest en compost van belang zijn. Stikstof- en fosforlevering: Dr. Ir. B.H. Jansen, Bodembiologische aspecten: Prof. Dr. L. Brussaard en analysemethoden: Dr. V. Houba.


Wageningen Universiteit
Laboratorium voor Fytopathologie
Postbus 8025
6700 EE Wageningen
Tel. (0317) 483411
Fax (0317) 483412
aad.termorshuizen@medew.fyto.wau.nl
www.spg.wau.nl/fyto/

Het doel van een lopend project is de mechanismen te ontrafelen die ten grondslag liggen aan ziektewerende eigenschappen van GFT-compost. Uiteindelijk wil men komen tot een eenvoudige toets die aangeeft of een bepaalde compost ziektewerende eigenschappen heeft. Speciale aandacht wordt gegeven aan effecten op verschillende typen pathogene bodemschimmels, het effect van compost in de tijd (na toedienen aan de grond) en het effect van verschillende grondeigenschappen op de ziektewerende eigenschappen van compost.

Instituut voor Planteziektenkundig Onderzoek (IPO)
Postbus 9060
6700 GW Wageningen
Binnenhaven 5
Wageningen
Tel. (0317) 476000
Fax (0317) 410113
www.ipo.wageningen-ur.nl
webmaster@ipo.wageningen-ur.nl
G.Dijst@ipo.wag-ur.nl

Het IPO verricht strategisch en toepassingsgericht onderzoek op het gebied van de gewasbescherming voor een rendabele, milieuvriendelijke en duurzame landbouw.
Het IPO zoekt naar manieren om plantenziekten en -plagen te verhelpen zonder de ongewenste bij-effecten van chemische bestrijdingsmiddelen.
Op het IPO zijn toetsen ontwikkeld om de invloed te bepalen van teeltmaatregelen (compost, voorvruchten, etc.) op de bodemgezondheid en op het ziektewerend vermogen van praktijkgronden en kunstmatige teeltsubstraten. Die toetsen zijn ziekte-specifiek, omdat een bodem tegelijk werend tegen de ene en geleidend voor een andere bodemziekte kan zijn, bijvoorbeeld als de ziekteverwekkers verschillen in hun ecologische behoeften. De toetsen worden onder klimaat-geregelde omstandigheden uitgevoerd omdat factoren als bodemvochtgehalte en temperatuur bepalend zijn voor de activiteit van zowel de schadeverwekker als diens natuurlijke vijanden in de grond en dus voor de effecten van bijvoorbeeld composttoediening. Met die toetsen onderzoekt het IPO voor diverse schimmel- en aaltjes-ziekten welke teeltmaatregelen beter vermeden kunnen worden, welke juist kunnen worden benut en welke toepassingsmethode (wijze, hoeveelheid en moment) leidt tot een optimale mens- en milieu-veilige verbetering van de bodemgezondheid en ziektewering. Zo onderzocht het IPO in 1999 voor het LBI demonstratie veld "Mest als kans" welke invloed de daar aangelegde 13 compost- bemesting varianten hebben op de bodemweerstand tegen Rhizoctonia solani ziekte in bloemkool (contact persoon dr. ir. Gerda Dijst). Binnen een maand na inwerken, bleek bij enkele varianten de bodem-weerstand duidelijk versterkt, bij enkele anderen was er geen of juist een nadelig effect. Momenteel wordt nagegaan of die effecten, na een langere periode na inwerken (en dus van omzetting in de grond) wellicht veranderen. Voor algemene betrouwbare adviezen voor effectieve benutting is onderzoek nodig ter bepaling van toediening voorwaarden voor het gewenste effect, wat kan afhangen van de hoeveelheid en moment van toepassing in interactie met bodemvruchtbaarheid aspecten.

Het is mogelijk om het IPO opdrachten te geven om bepaalde teeltmethoden, mest- of compostsoorten uit te testen op het gebied van bodemgezondheid, ziektewering, productverbetering door microbiële verrijking en controle op
veiligheid (voorkomen van verspreiding van plant-, mens- en dier-ziekten via producten van organisch-verrijkte grond (contactpersoon dr. ir. Gerda Dijst).

Per januari 2000 zal het adres zich wijzigen in een nieuwe instituuts naam PRI (Wageningen-UR) en zal bovengenoemd onderzoek deel uitmaken van de PRI onderzoeksafdeling Gewasecologie.




PAV
Postbus 430
8200 AAK Lelystad
Tel. (0320) 291111
Fax (0320) 2340479
www.agro.nl/pav
info@pav.agro.nl

Het PAV doet onderzoek naar de fosfaatwerking van dierlijke organische mest.

Bron: M & K

©bodemacademie 2013 | Disclaimer | Colofon | Sitemap

Bodemacademie partners