Gewaskeuze & aaltjes
Iedere gewaskeuze roept zijn eigen problemen op. Een veel gehoord misverstand is dat door verruiming van het bouwplan problemen met bijvoorbeeld aaltjes niet meer aan de orde zijn. Meer graan in het bouwplan is de algemene remedie. Dit misverstand is gebaseerd op de cysteaaltjesproblematiek. Deze zijn sterk gewasgebonden en verlaging van de teeltfrequentie van het betreffende gewas lost het cysteaaltjesprobleem inderdaad op. Opname van granen heeft echter een averechts effect, wanneer het over aaltjessoorten gaat met vele waardplanten zoals Meloidogyne chitwoodi of Paratrichodorus teres. Kortom, maatwerk is gewenst.
Wanneer via de inventarisatie de uitgangssituatie duidelijk is, kan het gepuzzel met het bouwplan beginnen. De kern van de aanpak is dat naar een uitgebalanceerde set gewassen wordt gezocht, die bij de besmettingssituatie past. De gewasvolgorde geeft dan de mogelijkheid aaltjespopulaties zo te laten fluctueren dat hoge dichtheden van een schadelijke soort alleen voorkomen in jaren dat gewassen worden geteeld die geen of weinig schade lijden van zo’n populatie. In geval van cysteaaltjes zijn teeltfrequentie en resistente rassen sleutels tot de oplossing.
Natuurlijk spelen naast de aaltjes ook economische en teelttechnische overwegingen een belangrijke rol om tot de uiteindelijke keuze te komen. Het is zaak de hoogst salderende gewassen op veilige momenten binnen de vruchtwisseling te telen.
Bron: Kennisakker