Groenbemesting
De teelt van groenbemesters is onmisbaar voor een zorgvuldig mineralenbeheer en het instandhouden van een goede bodemconditie. En groenbemesters doen meer: ze werken mee aan de opbouw van organische stof, de bevordering van bodemleven en bodemstructuur, en het vastleggen van voedingsstoffen.
Gunstige effecten van groenbemesters
Nutriëntenbeheer
- Behoud van stikstof en kali, die anders mogelijk door uitspoeling verloren gaan.
- Stikstoffixatie in geval van vlinderbloemigen.
- Stikstofnalevering aan volggewassen.
Bodemstructuur
- Instandhouding en verdere opbouw van organische stof.
- Tegengaan van verslemping en erosie.
- Een goed geslaagde groenbemester kan onkruidonderdrukkend werken.
Waterhuishouding
- Door verdamping van een groeiende groenbemester is zandgrond in het voorjaar sneller te bewerken.
- Betere drainage door intensievere beworteling van de ondergrond.
Onderzaai
Onderzaai van een groenbemester geeft een betere opkomst (grond bevat meer vocht), geeft na de oogst van het hoofdgewas een snelle grondbedekking, en bespaart in de herfst een werkgang.
Voor onderzaai komen de volgende groenbemesters in aanmerking: Engels of Italiaans raaigras, rietzwenkgras, rode klaver, witte klaver, hopperupsklaver en Perzische klaver.
Stoppelzaai
Bij stoppelzaai zaai je de groenbemester na de oogst van het hoofdgewas in. Voordeel van deze werkwijze is dat je na de oogst van het hoofdgewas de bodem kunt bewerken en bemesten. Nadelen zijn dat de grondbedekking en de ontwikkeling van de groenbemester kunnen tegenvallen, zeker bij een laatruimend gewas. Zaai zo vroeg mogelijk: één dag groei in augustus is evenveel als één week groei in september.
Bron: bodemsignalen