Home > Bodemkennis > - Bodemverstoringen >

Verslemping

Als een grond verslempt, is er sprake van te weinig binding tussen de bodemdeeltjes. Door de inslag van regendruppels treedt schifting op. Daarbij verstoppen de fijnere lutum- en siltdeeltjes de poriën in de bodem. Zo ontstaat een papperig slemplaagje dat na drogen een slempkorst vormt. Vooral lichte kleigronden en lössgronden zijn gevoelig voor slemp.
Verslemping kan de kieming van het zaad belemmeren door luchtgebrek en een te grote weerstand. Niet alle gewassen zijn sterk genoeg om door de verslempte laag heen te stoten. Ook na opkomst kan luchtgebrek ontstaan. De grond kan lang nat blijven en moeilijk bewerkbaar zijn.
Gronden met een waardering van 6 of hoger verslempen nauwelijks en zullen voldoende gasuitwisseling hebben. Bij een lagere waardering, zoals in dit voorbeeld is verslemping schadelijk voor het gewas.

U kunt verslemping verminderen door het organische stofgehalte van de bodem te verhogen, bijvoorbeeld door de teelt van groenbemesters. Ook helpt het om percelen zo kort mogelijk onbeteeld te laten door gewassen te kiezen die de bodem snel bedekken.
De gevoeligheid voor verslemping wordt vooral veroorzaakt door het organische stof- en lutumgehalte.  Gronden met meer dan 20% lutum verslempen nauwelijks. Ook gronden met weinig lutum verslempen bijna niet. Problemen doen zich vooral voor op gronden met lutumpercentages tussen de 11 en 20%. Bij voldoende organische stof in de bodem, komt verslemping minder snel voor.         
©bodemacademie 2013 | Disclaimer | Colofon | Sitemap

Bodemacademie partners